In 1975 werd op initiatief van de VZW Vrienden en Verwanten van Gehandicapte Kinderen van Militairen (VVGKM) ,opgericht door Generaal Alfred Cornet d’Elzius de Peissant, te Nijvel een tehuis gebouwd op een deel van een militair domein dat in concessie werd gegeven door het Ministerie van Defensie.  Het Tehuis werd in 1976 ingehuldigd en kreeg de naam “Tehuis Generaal Cornet” in dankbare herinnering aan zijn overleden stichter.


Aanvankelijk bood het Tehuis huisvesting aan 32 mentaal gehandicapte volwassenen, die overdag gingen werken en s’avonds naar het Tehuis terugkeerden. Spijtig genoeg was de economische toestand niet gunstig voor de tewerkstelling van gehandicapte personen met als gevolg dat meer en meer bewoners permanent in het Tehuis verbleven. Daarom werd het pedagogisch project aangepast zodat deze bewoners, in functie van hun mogelijkheden, maximaal actief konden blijven.


De directie heeft een aantal ateliers opgericht: hulp in de keuken, onderhoud van het linnen, onderhoud van de groene zones. Zo heeft de Stichting een serre laten bouwen voor het atelier tuinbouw, en een polyvalente zaal voor de ateliers ceramiek, houtbewerking en knutselen. De bloemen uit de serre en de realisaties van de ateliers werden verkocht ten voordele van het Tehuis. Zo heeft de Stichting ook een minigolf laten aanleggen waar zowel de bewoners als bezoekers kunnen spelen. Tenslotte werd door de veralgemening van de informatica ook een atelier Informatica opgericht.


Door het bouwen van de residentie Vermeulen in 1995 werd de opvangcapaciteit verhoogd tot 42 bewoners maar dit heeft de werking van de bestaande ateliers niet wezenlijk gewijzigd.


Maar met de tijd werden de bewoners ouder en werd hun deelname aan de onderscheiden ateliers steeds moeilijker. Daarbij komt nog dat enkele nieuwe bewoners omwille van hun handicap niet kunnen deelnemen aan de bestaande ateliers. Daardoor verminderde het rendement van deze ateliers zo zeer dat we verplicht werden twee aangepaste ontspanningsruimten voor deze bewoners in te richten in 2013 en 2014 en het pedagogisch project aan te passen.